We benadrukten al vaker dat het van belang is de AAOP-uitkering (de ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen-uitkering), na 104 weken arbeidsongeschiktheid te verrekenen/ in mindering te brengen op het maandinkomen. Dit is te lezen in hoofdstuk 8.2 van de CAO Rijk.

“Als u recht heeft op een ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen- uitkering (AAOP) wordt de hoogte van deze uitkering na 104 weken arbeidsongeschiktheid in mindering gebracht op uw maandinkomen.”

Recent was een oud-medewerker van de Nationale Ombudsman het niet eens met de verrekening van de AAOP-uitkering, in dit geval met de transitievergoeding. De oud-medewerker stelt dat het AAOP bedoeld is als aanvullend inkomen om het inkomensverlies van ongeveer 30% bij ziekte zoveel mogelijk te compenseren. Daarvoor draagt een medewerker ook premies af en daarom mag dit niet verrekend worden. De kantonrechter gaat niet mee in deze uitleg en vindt dat de werkgever terecht heeft verrekend. 

Wat leren we hiervan?

Een paar lessen uit deze uitspraak en onze CAO Rijk:

  1. AAOP kan een flink bedrag zijn, in dit geval was het ruim 13.000 euro. 
  2. AAOP kán niet alleen, maar móet verrekend worden. We hebben immers een standaardcao waar niet in het voordeel van werknemer (of werkgever) mag worden afgeweken.
  3. Ook als een medewerker geen informatie verstrekt over de (hoogte van de) AAOP-uitkering, is het handig om dit uit te laten rekenen – dat kan ons Kennispunt Financiële Rechtspositie voor je doen - en direct te starten met verrekenen.
  4. Ook als een medewerker de uitkering (nog) niet heeft aangevraagd mag je wél verrekenen. In de CAO Rijk staat immers dat je de hoogte van de uitkering verrekent (en dus niet per se de daadwerkelijk ontvangen uitkering). 

Verder interessant in deze uitspraak is dat de oud-medewerker 86 vakantie-uren die volgens werkgever vervallen waren moest uitbetalen. Werkgever kon hier geen beroep doen op de vervaltermijn van vakantiedagen omdat de werkgever niet “concreet en in alle transparantie ervoor gezorgd heeft dat de werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft gehad zijn jaarlijkse vakantie met behoud van loon op te nemen en de werknemer formeel ertoe heeft aangezet dat te doen.” Het vermelden van de vervaldata in P-Direkt was volgens de kantonrechter in dit geval niet voldoende. 

Hier lees je de volledige uitspraak.