Oplettende lezers van onze nieuwsbrief zullen dit onderwerp mogelijk herkennen. Inderdaad schreven we er al eerder over. Maar het onderwerp is zo belangrijk dat het herhaling verdient. Vrijwel wekelijks worden de adviseurs van het Kennispunt Financiële Rechtspositie geconfronteerd met dit onderwerp.

Heb je als leidinggevende te maken met de trieste situatie dat een medewerker nog maar kort te leven heeft en nabestaanden heeft, dan is het misschien mogelijk om het ouderdomspensioen eerder in te laten gaan én het ABP-nabestaandenpensioen te verhogen. Lees in dit artikel hoe dat werkt.

ABP-nabestaandenpensioen bij overlijden

Alle rijksambtenaren bouwen pensioen op bij  ABP. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun nabestaanden. Dit heet het ABP-nabestaandenpensioen en wordt uitgekeerd aan de partner van een ABP-deelnemer en aan kinderen jonger dan 25 jaar.Als een partner van de ABP-deelnemer staat geregistreerd, dan hoeven de nabestaanden bij diens overlijden in principe niets te doen. ABP krijgt vanuit de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) automatisch bericht van het overlijden en neemt vervolgens contact op met de nabestaanden voor het aanvragen van het ABP-nabestaandenpensioen.

Maar er is meer mogelijk voor een werknemer ouder dan 60 jaar die ongeneeslijk ziek is

Een deelnemer bij ABP mag namelijk zijn (volledige) ABP-ouderdomspensioen eerder laten ingaan náást naast zijn huidige salaris én ervoor kiezen om het ABP-nabestaandenpensioen maximaal te verhogen. Dit gaat niet automatisch, maar kan financieel wel gunstig zijn voor de nabestaanden.

Het verhogen van het nabestaandenpensioen kan alleen als het ouderdomspensioen ook ingaat. De verhoging van het nabestaandenpensioen wordt gefinancierd met (een verlaging van) het ouderdomspensioen.

Neem als werkgever contact op met het Kennispunt Financiële Rechtspositie (KFR)

Het is de afgelopen jaren regelmatig voorgekomen dat medewerkers in de laatste fase van hun leven – vaak bij toeval – in contact komen met het KFR. Bijvoorbeeld omdat de betrokken HR-adviseur of achterblijvende partner een vraag heeft over hoe administratief te handelen bij het overlijden van de medewerker.

Om te voorkomen dat dit soort situaties bij toeval wordt geconstateerd, bepleit het KFR dat in situaties waarbij sprake is van een medewerker met een nog korte levensverwachting, de werkgever contact opneemt met het KFR. Daar is de expertise aanwezig om in overleg met alle betrokkenen te bespreken welke stappen genomen kunnen worden om voor de ABP-deelnemer en diens nabestaanden het beste ‘financiële resultaat’ te bereiken.