In de afgelopen periode waren de rechters druk met het re-integreren binnen de Staat. Maar liefst drie keer in een korte periode kwam er een uitspraak over de re-integratieverplichtingen van zowel werkgever als werknemer. Een korte weergave van de belangrijkste lessen uit deze uitspraken.

Uitspraak 1: Niet verschijnen bij de bedrijfsarts leidt tot ontslag

Een medewerker van de Staat verschijnt meerdere malen niet bij de bedrijfsarts. Daarvoor wordt zij twee keer gewaarschuwd, en vervolgens wordt het loon van de medewerker opgeschort. Het UWV oordeelt in een door de werkgever aangevraagd deskundigenoordeel dat de medewerker zonder geldige reden niet is verschenen op drie consulten bij de bedrijfsarts en concludeert dat sprake is van een tekortkoming in de re-integratie-inspanningen van de werknemer. De Staat vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Wat zegt de kantonrechter? Twee keer waarschuwen, een loonopschorting en de verklaring van de arbeidsdeskundige zijn (meer dan) voldoende om aan de voorwaarden voor ontslag wegens verwijtbaar handelen, vanwege het niet meewerken aan de re-integratie, te voldoen. De kantonrechter doet ter zitting direct mondeling uitspraak: de arbeidsovereenkomst met de medewerker wordt ontbonden en het niet-betaalde loon wordt ook niet alsnog uitbetaald. De hele uitspraak lees je hier.

Uitspraak 2: Werknemer moet terug in het volledige eigen werk; re-integratie is geen verantwoordelijkheid van het zelfsturende team, maar van de werkgever

Een arbeidsongeschikte medewerker in een zelfsturend team, die haar werkzaamheden grotendeels vanuit huis verricht, start na ongeveer een jaar ziekte met de re-integratie. De medewerker zou re-integreren in het eigen team, maar daar was het team (in de woorden van de kantonrechter) niet enthousiast over, wat de re-integratie frustreert. Daardoor kan de medewerker maar een deel van haar eigen taken uitvoeren. Opvallend: in een gesprek daarover met het team vergelijkt de leidinggevende de situatie met een vader die na afwezigheid terugkomt en waaraan het gezin opnieuw moet wennen.

Wat zegt de kantonrechter? De kantonrechter vindt dat de werknemer gesteund had moeten worden. Zij is niet in de gelegenheid gesteld haar eigen werk op te pakken. Dat is de verantwoordelijkheid van de werkgever, niet van het team. De werkgever heeft niet ingegrepen en daarom moet de gevraagde voorziening – de werknemer wil terug in het eigen werk – worden toegewezen. De werkgever is herhaaldelijk tekortgeschoten in zijn verplichting om de werknemer te laten re-integreren en de werknemer moet binnen 24 uur in staat worden gesteld haar reguliere werkzaamheden te verrichten. Als de werkgever dat niet doet, moet hij elke dag € 500 aan dwangsommen aan de werknemer betalen. De hele uitspraak lees je hier.

Uitspraak 3: Medewerker werkt niet mee aan psychisch arbeidsbelastbaarheidsonderzoek

Een medewerker wil niet meewerken aan een door de bedrijfsarts geadviseerd psychisch arbeidsbelastbaarheidsonderzoek. De werkgever waarschuwt dat hij wel moet verschijnen op de afspraak en dat, als hij dat niet doet, de loonbetaling wordt stopgezet. Die loonstop wordt overigens na een paar weken uit coulance beëindigd; de werknemer krijgt nog een laatste kans. Die grijpt hij niet aan, waarna opnieuw een loonstop wordt opgelegd en een deskundigenoordeel wordt aangevraagd. Het UWV kan geen oordeel geven, omdat de werknemer (ook hier) niet meewerkt. De Staat vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Gelet op artikel 7 :671b lid 5 BW wordt een verzoek tot ontbinding vanwege het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen slechts toegewezen indien de werkgever eerst schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van de re-integratieverplichtingen of, om die reden, de loonbetaling heeft gestaakt, en daarnaast beschikt over een deskundigenverklaring van het UWV, tenzij het in redelijkheid niet van de werkgever gevergd kan worden deze verklaring over te leggen.

Wat zegt de kantonrechter? De medewerker heeft, door niet mee te werken aan het belastbaarheidsonderzoek zonder deugdelijke grond, geweigerd mee te werken aan een door de bedrijfsarts gegeven redelijk voorschrift. Dat de werknemer stelt dat de eigen behandelaars (huisarts, holistische masseur, chiropractor en coach) het onderzoek niet noodzakelijk of wenselijk achtten, doet hieraan niets af. Dat er geen deskundigenoordeel is, is te wijten aan de werknemer. De kantonrechter vindt het handelen van de werknemer ernstig verwijtbaar: de arbeidsovereenkomst wordt zonder opzegtermijn ontbonden, de werknemer krijgt geen transitievergoeding en moet de proceskosten betalen. Hij krijgt zijn loon ook niet alsnog met terugwerkende kracht uitbetaald. Deze uitspraak is (nog) niet gepubliceerd.