De pensioenregeling van ABP wordt vernieuwd per 1 januari 2027. In dat kader wordt het totale vermogen van ABP verdeeld onder de deelnemers. Een deel van dat vermogen gaat naar deelnemers die nog pensioen opbouwen en in de toekomst nadeel hebben van de overgang naar de nieuwe pensioenregeling. Zij krijgen daarvoor zogenaamde compensatie, als een vergoeding voor verminderde pensioenopbouw.

Pensioencompensatie

Voorwaarde voor compensatie is onder meer dat een werknemer op 31 december 2026 deelnemer is en pensioen opbouwt bij het ABP. Deze voorwaarde is relevant als met een  vaststellingsovereenkomst de einddatum van de arbeidsovereenkomst nog voor het einde van het jaar 2026 is bepaald. Hierdoor kan de werknemer de compensatie (deels) mislopen. De vraag is dan of kan worden teruggekomen op eenmaal afgesloten vaststellingsovereenkomsten. 
Van belang is dat ABP degene is die compenseert, niet de werkgever. De werkgever moet de werknemer wel wijzen op consequenties voor zover bekend. ABP heeft dat ook gedaan door alle deelnemers een brief te sturen in november 2025. ABP kan de deelnemer ook voorrekenen wat de consequenties zijn. 

Welke deelnemers compensatie kunnen krijgen voor verminderde pensioenopbouw

ABP zal bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2027 compensatie geven, tenminste als de financiële situatie goed genoeg is op die datum. Compensatie is mogelijk bij een actuele dekkingsgraad 107% of hoger. Als de werknemer vóór 1 januari 2027 uit dienst gaat of (deels) met pensioen gaat of minder gaat werken, dan krijgt hij geen of minder compensatie van ABP. 
Een werknemer ontvangt compensatie: 

  • als hij tussen de 40 jaar en 68 jaar is, en:
  • via zijn werk pensioen opbouwt bij ABP op 31 december 2026, of
  • dan een WW-uitkering van UWV of een ontslaguitkering (zoals wachtgeld) ontvangt meteen nadat hij uit dienst is gegaan, of
  • als hij (deels) bij ABP premievrij pensioen opbouwt op 31 december 2026 omdat hij arbeidsongeschikt is (ZW? Of WIA-uitkering), of
  • als hij dan zijn pensioen vrijwillig voort heeft gezet na uitdiensttreding.