Hof bevestigt uitspraak, einde tijdelijke arbeidsovereenkomst na periode om geschiktheid te beoordelen

Weblogs

In de staat van de Staat maart 2023 bespraken we een uitspraak van een kantonrechter over het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. 
In deze uitspraak ging het om de vraag of de Staat gehouden was om aan een medewerker een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden na afloop van zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst om de geschiktheid te beoordelen. Volgens de Staat was de medewerker niet geschikt voor de functie en werd hem dus geen arbeidsovereenkomst aangeboden. 

Contract schaar ontslag

Geschillencommissie

De medewerker stapte in eerste instantie naar de Geschillencommissie Rijk en kreeg daar gelijk. De Geschillencommissie Rijk oordeelde dat de Staat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan de medewerker had moeten aanbieden. Uitspraken van de Geschillencommissie Rijk zijn niet bindend en daar mag, gemotiveerd, van worden afgeweken. In dit geval heeft de Staat ook gemotiveerd afgeweken van de uitspraak van de Geschillencommissie Rijk.  

Kantonrechter

De medewerker legde vervolgens het geschil voor aan de kantonrechter. Volgens de kantonrechter had de Staat als werkgever de beleidsvrijheid om te beoordelen of een medewerker geschikt is voor een bepaalde functie. De rechter kan dit slechts marginaal toetsen. Alleen in gevallen waarin geoordeeld wordt dat de werkgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet tot zijn besluit kon komen, mag de rechter ingrijpen. Dat was niet het geval.

Volgens de kantonrechter kon de Staat redelijkerwijs tot het oordeel komen dat de medewerker niet geschikt was voor de functie. De kantonrechter stelde de Staat in gelijk. De medewerker was het hiermee oneens en heeft hoger beroep ingesteld.

Het hof

Het Gerechtshof oordeelt in hoger beroep dat de kantonrechter het bij het juiste eind had. Dus ook in hoger beroep wordt het verzoek van de medewerker om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd afgewezen. 
Uit de arbeidsovereenkomst en CAO Rijk blijkt dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan om de geschiktheid te beoordelen voor de functie. Ook het Hof overweegt dat het tot de beleidsvrijheid hoort van de werkgever om te bepalen of een medewerker geschikt is voor de functie. Als dat oordeel negatief is, mag de werkgever besluiten om de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. 

De vraag die vaak wordt gesteld is of voor het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst om de geschiktheid te beoordelen een dossier noodzakelijk is vergelijkbaar met een dossier waarmee een arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren kan worden ontbonden. Deze vraag heeft het Hof ook beantwoord en dat is het niet geval. Volgens het Hof is dat een verkeerde toetsingsmaatstaf. Het gaat namelijk niet om de vraag of de medewerker ongeschikt is voor de functie. 
Het blijft immmers een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege afloopt. En gaat het om de vraag of de werkgever redelijkerwijs tot het besluit kon komen om aan de medewerker geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden. 
Ook hoefde de werkgever het oordeel van de Geschillencommissie Rijk, waar de werknemer wel in het gelijk werd gesteld, niet op te volgen en mocht de werkgever afwijken van dat oordeel. 
Het Hof bekrachtigt dus de uitspraak van de kantonrechter en het oordeel dat de Staat geen arbeidsovereenkomst aan de medewerker hoefde aan te bieden. 
Deze uitspraak is gepubliceerd en hier te lezen

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.