Dry January is voor veel mensen een moment om even stil te staan bij hun eigen alcoholgebruik. Maar middelengebruik - of het nu om alcohol, drugs of medicijnen gaat - speelt ook een grote rol op de werkvloer, vaak zonder dat we het zien. Ying (Netwerk Vertrouwenspersonen bij O&P Rijk) en Maddy (Trimbos-instituut) vertellen hoe je signalen kunt herkennen en waar je terecht kunt voor hulp en advies.
Het lijkt misschien iets dat niet bij ons op kantoor gebeurt, maar de cijfers liegen er niet om. Maddy: “Uit onderzoek van Trimbos blijkt dat 17% van de werkenden in Nederland riskant drinkt. Bij ongeveer 10% is sprake van problematisch alcoholgebruik. Daarnaast heeft 10% het afgelopen jaar minimaal één keer drugs gebruikt. Maar het grootste deel van het middelengebruik gebeurt buiten werktijd, waardoor het vaak onzichtbaar blijft op de werkvloer.”
Toch heeft het wel degelijk effect op het werk, benadrukt Ying: “Ook als mensen privé middelen gebruiken, kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren, hun energie, hun gedrag én de sociale veiligheid binnen een team. En vaak zien mensen zelf het probleem niet, of legt de omgeving niet meteen de link met middelengebruik.”
ADM-beleid
Binnen de Rijksoverheid zijn er nu vooral losse regels en informatie over alcohol, drugs en medicijnen, zoals op Rijksportaal of in personeelsreglementen. Een echt Rijksbreed ADM-beleid bestaat nog niet. Ying: “Op dit moment is er vooral aandacht voor wat niet mag, maar duidelijke afspraken en ondersteuning ontbreken vaak nog.”
Daar komt verandering in: er wordt gewerkt aan een Kader ADM Sector Rijk. Ying: “Het nieuwe beleid legt meer nadruk op preventie, voorlichting, begeleiding en zorg. De zorgplicht van de werkgever wordt explicieter. Niet controle of bestraffen staat centraal, maar het ondersteunen en behouden van medewerkers.”
Ook de rol van vertrouwenspersonen, bedrijfsmaatschappelijk werkers en bedrijfsartsen wordt straks duidelijk benoemd in het nieuwe kader. Het biedt bovendien concrete handelingsperspectieven voor leidinggevenden en medewerkers, zodat iedereen weet wat te doen als er zorgen zijn over middelengebruik op de werkvloer.
De rol van vertrouwenspersoon, bedrijfsmaatschappelijk werk en bedrijfsarts
Binnen de organisatie zijn er verschillende professionals die kunnen helpen bij zorgen over middelengebruik. Ying: “De vertrouwenspersoon is er voor medewerkers die een luisterend oor of advies willen. Bedrijfsmaatschappelijk werkers bieden begeleiding, praktische ondersteuning en kunnen helpen nadenken over vervolgstappen. De bedrijfsarts heeft een formele rol als het bijvoorbeeld nodig is om iemand voor behandeling te verwijzen. Samen kunnen deze professionals signalen bespreken en het gesprek aangaan binnen de organisatie.”
Training voor vertrouwenspersonen
Speciaal voor vertrouwenspersonen komt er een nieuwe training, verzorgd door het Trimbos-instituut en O&P Rijk. Ying: “Tijdens de training leer je niet alleen hoe je problematisch middelengebruik op tijd kunt signaleren, maar ook hoe je het gesprek aangaat, en welke rol je als vertrouwenspersoon hebt in het grotere geheel. Het ochtenddeel bestaat uit theorie en ruimte voor vragen, het middagdeel is bedoeld om écht te oefenen met lastige situaties. Zo wordt het makkelijker om in de praktijk het gesprek aan te gaan of collega’s te ondersteunen. Maar ook om een signaal door te geven in een gesprek met bijvoorbeeld de SG.”
Maddy: “We laten in de training ook zien hoe je als vertrouwenspersoon kunt samenwerken met andere professionals zoals bedrijfsmaatschappelijk werkers en bedrijfsartsen, zonder je geheimhouding te schenden.”
Signalen herkennen en bespreken
Problematisch middelengebruik is op de werkvloer vaak lastig te herkennen, maar er zijn zeker wel signalen. Maddy: “Let vooral op gedragsverandering: is iemand anders dan normaal, minder verzorgd, vaker afwezig of sneller geïrriteerd? Soms zie je lichamelijke kenmerken, zoals een rode neus of opgezwollen gezicht, maar dat zijn vaak pas signalen als het gebruik echt gedurende lange tijd uit de hand loopt.”
Ying: “Als je je zorgen maakt, ga dan het gesprek aan vanuit zorg en betrokkenheid. Niet beschuldigend, maar meedenkend: ‘Ik maak me zorgen om je, gaat het wel goed?’ Vaak weten mensen zelf wel dat het niet goed gaat, maar schaamte of angst kan ze tegenhouden om hulp te zoeken. Verwacht niet dat het na één gesprek opgelost is. Soms zijn er meerdere gesprekken nodig of kan een vertrouwenspersoon, bedrijfsarts of bedrijfsmaatschappelijk werker verder helpen.”
Voorkomen is beter dan genezen
Of je nu leidinggevende, collega of vertrouwenspersoon bent: het bespreekbaar maken van middelengebruik op het werk is belangrijk voor iedereen. Ying: “Voorkomen is beter dan genezen. Door het onderwerp vroegtijdig bespreekbaar te maken en goed op elkaar te letten, zorgen we samen voor een veilige en gezonde werkvloer.” Maddy vult aan: “En doe vooral mee aan Dry January, of een andere positieve challenge. Zelfs als je weinig drinkt, merk je dat het verschil maakt voor je energie, je gezondheid én voor je inzet op het werk.”
Hulp & advies: hier kun je terecht
Maak je je zorgen over je eigen middelengebruik, of over dat van een collega? Je kunt altijd terecht bij de vertrouwenspersoon binnen jouw organisatie, de bedrijfsmaatschappelijk werker, de bedrijfsarts of je huisarts. Voor meer informatie en advies kun je terecht op het Trimbos-instituut (Alcohol, drugs, medicijnen en werk), alcoholinfo.nl of drugsinfo.nl.
Heb je een specifieke vraag over beleid of wil je overleggen met een expert? Dan kun je ook contact opnemen met Maddy van het Trimbos-instituut.