Binnen de Rijksoverheid werken duizenden professionals dagelijks intensief met beeldschermen. Klachten aan nek, schouders en armen komen regelmatig voor. Toch trekken veel mensen pas aan de bel als klachten blijven aanhouden. Wanneer spreken we van RSI? En wat vraagt dit thema in een tijd van hybride werken? Hans Logtens is ergonoom bij O&P Rijk en geeft antwoorden.

RSI is volgens Hans een verzamelbegrip. “Het staat voor Repetitive Strain Injury, maar in Nederland spreken ook vaak van KANS: Klachten Arm, Nek en Schouder” legt hij uit. “Van RSI of KANS is sprake wanneer klachten niet incidenteel zijn, maar langer aanhouden, terugkeren of invloed hebben op het functioneren.”

In de praktijk ziet hij vooral langdurige, sluimerende belasting. “Medewerkers ervaren maandenlang lichte, maar aanhoudende spanning of pijn. Geen acute blessure, maar overbelasting door een combinatie van factoren: veel stilzitten, hoge concentratie, weinig hersteltijd en vaak ook hoge werkdruk.” Hij vervolgt: “RSI ontstaat zelden plotseling. Het is meestal het resultaat van een optelsom.”

Meer dan alleen een verkeerde houding

RSI wordt nog vaak gezien als het gevolg van een verkeerde zithouding. Dat beeld klopt maar deels, vertelt Hans. “Een ongunstige werkhouding kan bijdragen, maar RSI is geen puur lichamelijk probleem. Het gaat om een combinatie van meerdere factoren.”

“Naast fysieke belasting spelen werkdruk en mentale belasting een belangrijke rol. Langdurige concentratie zonder pauzes verhoogt de spierspanning. Ook weinig invloed hebben op werktempo of planning vergroot het risico. En slechte gewoontes zoals pauzes overslaan of ‘nog even snel’ een taak afronden kunnen meespelen. Zelfs de organisatiecultuur kan invloed hebben, bijvoorbeeld als er impliciete verwachtingen zijn over bereikbaarheid en productiviteit.”

Hans vervolgt: “Spanning in de nek- en schouderregio is niet alleen een ergonomisch probleem, maar soms ook een uiting van mentale druk.” Daarom kijkt hij als ergonoom niet alleen naar stoel en bureau, maar naar het totale werkgedrag en de werkomgeving.

Ergonoom Hans Logtens

Werken aan de keukentafel

Hybride werken brengt nieuwe dynamiek met zich mee. Op kantoor is de werkplek meestal goed ingericht, maar thuis verschilt dat sterk. Hans ziet drie duidelijke patronen: structureel werken aan de keukentafel of op de bank, langere aaneengesloten werktijd doordat natuurlijke onderbrekingen wegvallen en meer online overleggen met minder variatie in werkvormen.

Daarbij komt ook de duurbelasting van smartphonegebruik. Hans: “Dat valt wettelijk onder beeldschermwerk, maar dat is nog niet voor iedereen duidelijk.”

Wat hem opvalt, is dat mensen thuis vaak productiever willen zijn. “Dat leidt soms tot minder pauzes en langere schermtijd. De fysieke belasting neemt toe zonder dat iemand het merkt.”

Hybride werken vraagt daarom om bewustere keuzes. De verantwoordelijkheid voor gezonde werkgewoonten ligt deels bij de organisatie, maar ook bij de medewerker zelf. “Dat vraagt om kennis én ondersteuning.”

Signalen serieus nemen

Beginnende RSI-klachten worden vaak genegeerd. Denk aan tintelingen in de vingers, een zwaar gevoel in de onderarmen, ochtendstijfheid in nek of schouders, of een zeurende pijn die na het werk aanhoudt.

“Niet elke vorm van spierpijn is direct zorgelijk”, zegt Hans. “Een paar uur spierpijn na een intensieve dag hoeft geen probleem te zijn. Maar klachten die weken aanhouden of steeds sneller terugkeren, zijn een signaal.”

Ook leidinggevenden hebben hierin een rol. “Vaker verzuimen, minder concentratie of medewerkers die aangeven dat ze ‘even wat last hebben’, kunnen vroege tekenen zijn. Vroegtijdig het gesprek aangaan voorkomt vaak langdurige uitval.”

Liever te vroeg dan te laat

Volgens Hans is het verstandig om een ergonoom in te schakelen bij beginnende klachten. “Liever te vroeg dan te laat. Wachten tot iemand uitvalt, maakt het traject vaak langer en zwaarder.”

“Tijdens een werkplekonderzoek wordt breder gekeken dan alleen naar de stoel of het bureau”, vertelt Hans. “Er is aandacht voor werkhouding, werkplekinrichting, werkpatronen, pauzegedrag en het binnenklimaat. Waar nodig volgt advies over hulpmiddelen of een zit-stabureau, met praktische en haalbare aanbevelingen.”

“Mijn doel is niet om iemand ‘perfect’ te laten zitten. Het gaat om duurzame inzetbaarheid. Kleine gedragsveranderingen kunnen een groot verschil maken.”

Variatie als sleutel

Als het gaat om RSI, geeft Hans één duidelijke boodschap mee: “Plan je herstel net zo serieus als je vergaderingen.”

“Regelmatig bewegen, van houding wisselen, lunchwandelen, telefoongesprekken staand voeren, de 20-20-2-regel toepassen en afwisselend links en rechts muizen helpen om variatie in de werkdag te brengen. Ook bewust omgaan met je smartphone hoort daarbij.” Hij legt uit: “RSI-preventie zit niet in één perfecte stoel of werkplek, maar in variatie. Het menselijk lichaam is gemaakt om te bewegen, niet om langdurig stil te zitten.”

Tot slot benadrukt Hans dat RSI geen individueel falen is. “Het is geen puur technisch of organisatorisch probleem. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen medewerker, leidinggevende en organisatie.”

Hij besluit: “Wie preventie structureel onderdeel maakt van het werkproces, vergroot niet alleen het welzijn, maar ook de kwaliteit van het werk.”

Vraag meteen een werkplekonderzoek aanMeer over ergonomie bij O&P Rijk