Deliveroo, Uber, schijnzelfstandigheid, Wet DBA en VBAR: het arbeidsrechtelijk debat over schijnconstructies is springlevend. Meestal gaat het daarbij over de vraag of iemand nu werknemer is of zelfstandige. Maar er is nog een overeenkomst die in dit verband opvallend weinig aandacht krijgt: de stageovereenkomst.

Ook bij stages geldt namelijk dat de naam die je eraan geeft niet doorslaggevend is. Waar het om gaat, is wat partijen feitelijk hebben afgesproken én doen. Een stage kan – soms ongemerkt – toch kwalificeren als een arbeidsovereenkomst, met alle gevolgen van dien.
Wanneer kwalificeert een overeenkomst als arbeidsovereenkomst?
Bij de kwalificatie van een overeenkomst wordt eerst vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. Dat gebeurt aan de hand van de zogenoemde Haviltex-maatstaf: alle feiten en omstandigheden tellen mee, bekeken in onderlinge samenhang. Daarbij is niet alleen relevant wat er op papier staat, maar ook hoe partijen zich in de praktijk gedragen.
Vervolgens wordt beoordeeld of die rechten en verplichtingen passen bij een arbeidsovereenkomst. Daarvoor moet sprake zijn van:
- het verrichten van arbeid,
- gedurende een zekere tijd,
- tegen loon,
- onder gezag.
Dit zijn de criteria die je ook kent bij de beoordeling van schijnzelfstandigheid. Ook bij deze beoordeling zijn alle feiten en omstandigheden van belang.
De bijzondere positie van de stageovereenkomst
Bij een stageovereenkomst geldt een aanvullende – en wezenlijke – toets. Al in 1982 heeft de Hoge Raad bepaald dat de werkzaamheden in overwegende mate in het belang van de opleiding van de stagiair moeten zijn. De stage moet gericht zijn op het vergroten van kennis en ervaring, met het oog op het afronden van de opleiding.
Zijn de werkzaamheden vooral gericht op het draaien van de organisatie, en niet (meer) op het leerdoel van de stagiair? Dan kan de verhouding alsnog als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt.
De stagiair (of voormalig stagiair) moet in dat geval stellen – en bij betwisting bewijzen – dat de werkzaamheden niet overwegend in het belang van de opleiding waren.
Stages lijken vaak (terecht) op werk
De Hoge Raad merkte in 2015 terecht op dat stages vaak kenmerken van een arbeidsovereenkomst vertonen. Dat is ook logisch: een stagiair moet nu eenmaal praktijkervaring opdoen en verricht daarom werkzaamheden die sterk lijken op die van reguliere werknemers.
Omdat de grens tussen “leren” en “werken” dun kan zijn, is het belangrijk om die grens bewust te bewaken.
Hoe bewaak je de grens in de praktijk?
- Formuleer duidelijke leerdoelen. Leg vast wat de stagiair moet leren en hoe de werkzaamheden daaraan bijdragen. Zorg dat dit meer is dan een formaliteit.
- Zorg voor actieve begeleiding. Een stagiair die structureel zelfstandig draait zonder begeleiding, loopt sneller het risico als werknemer te worden gezien.
- Voorkom structurele vervanging van personeel. Gebruik stagiairs niet om gaten in de bezetting op te vullen of als ‘goedkope arbeidskracht’.
- Beperk productie- en omzetdruk. Targets, KPI’s of harde productienormen passen eerder bij werknemers dan bij stagiairs.
- Evalueer regelmatig. Check tijdens de stage of de werkzaamheden nog steeds in het belang van de opleiding zijn – en stuur bij als dat niet zo is.
- Stagevergoeding, geen loon! Stagiaires krijgen een vergoeding, maar zorg dat deze niet de hoogte krijgt van loon voor verrichte arbeid. Houd de stagevergoedingen aan zoals die in de modelovereenkomsten zijn opgenomen.
- Ken het Beleidskader rechtspositie stagiairs bij de sector Rijk 2025. In dit kader is een uniforme handelwijze opgenomen en vind je ook welke stageovereenkomst je in welke situatie kunt gebruiken.