Disfunctioneren komt zelden alleen. Vaak speelt er meer: ziekte, een verstoorde arbeidsrelatie of zelfs integriteitsschendingen. Juist die combinatie maakt het beoordelen én aanpakken ervan extra uitdagend. Wat kun je als werkgever in situaties waarin sprake is van samenloop doen, en wat moet je vooral níet doen? 

Twee verschillende trajecten 

We zoomen kort in op de situatie waarin disfunctioneren samenloopt met arbeidsongeschiktheid. In dat geval lopen er twee afzonderlijke trajecten naast elkaar: het re-integratietraject en het disfunctioneringstraject. 

Het is belangrijk deze twee trajecten strikt van elkaar te scheiden. Hoewel beide trajecten soms gelijktijdig kunnen lopen, kennen zij ieder een eigen doel, eigen verplichtingen en een eigen dossieropbouw. Het re-integratietraject richt zich op het herstel en de terugkeer van de werknemer naar eigen, aangepast of passend werk, terwijl het disfunctioneringstraject gaat over het functioneren van de werknemer en de nodige verbetering daarin. 

De bedrijfsarts speelt bij deze scheiding een belangrijke rol. Hij of zij kan in de eerste plaats beoordelen welke beperkingen de werknemer heeft en of deze van invloed zijn op het functioneren. De werkgever doet er daarnaast verstandig aan om de bedrijfsarts te betrekken bij de vraag of en in hoeverre de werknemer tijdens de ziekte in staat is deel te nemen aan een verbetertraject. Het zonder meer starten of voortzetten van een verbetertraject tijdens ziekte kan, afhankelijk van de omstandigheden, in strijd zijn met goed werkgeverschap en in sommige gevallen zelfs het herstel in de weg staan. Daarom moet de werkgever terughoudend zijn en zorgvuldig beoordelen of een verbetertraject, gelet op de medische situatie en het advies van de bedrijfsarts, op dat moment passend is. 

Beoordeling door de rechter 

Het Hof Arnhem-Leeuwarden boog zich enkele jaren geleden over een zaak waarin de werkgever (een ziekenhuis) de samenloop van disfunctioneren en arbeidsongeschiktheid niet juist had aangepakt. De arbeidsdeskundige van het UWV had eerder al benoemd waar het probleem lag bij die gelijktijdige aanpak:  

“Het op een adequate en verantwoorde wijze re-integreren van zieke werknemers is al lastig genoeg. Als daarnaast, volgens werkgever, er ook nog een fors functioneringsprobleem speelt, dan dient dit gegeven ook nog op een adequate wijze aangepakt te worden. Bij het tegelijk aanpakken van zowel re-integratie vanwege arbeidsongeschiktheid en disfunctioneren, mag er van werkgever vanuit het begrip “goed werkgeverschap”, gevraagd worden om dit zeer zorgvuldig vorm te geven.” 

Het hof sloot zich bij dit oordeel van de arbeidsdeskundige aan. Hij vulde aan dat de werkgever zelfs ernstig verwijtbaar had gehandeld door de werknemer tijdens het re-integratietraject op een onvoldoende duidelijk gemaakte manier ook ‘in een verbetertraject te zuigen’. Door deze manier van handelen had het ziekenhuis zijn re-integratieverplichtingen grovelijk verzaakt, zo oordeelde het hof.

Praktische lessen  

Het is duidelijk dat de samenloop van disfunctioneren met andere problematiek om extra zorgvuldigheid vraagt. Houd trajecten strikt gescheiden, betrek de bedrijfsarts tijdig en zorg ervoor dat voor de werknemer steeds duidelijk is in welk traject hij zich bevindt. Dat verkleint niet alleen de kans op juridische problemen, maar draagt ook bij aan een zorgvuldig werkgeverschap. 

Je huisjurist van O&P Rijk voorziet je in zulke trajecten graag van advies.